Zandhagedis in de duinen van Castricum

Er valt ontzettend veel te leren over plant en dier in de duinen. Dat werd duidelijk tijdens een excursie van GroenLinks. Daar vertelde voormalig boswachter en IVN-gids Joop Castricum allerlei interessante feitjes over wat er vliegt, fladdert, kruipt en groeit in de bossen van Castricum. En tussendoor ook over welke planten het lekkerst zijn.

De excursie, waaraan vijftien mensen deelnamen, werd georganiseerd omdat GroenLinks goed geïnformeerd wil zijn om te bepalen hoe het mooie natuurgebied moet worden beheerd. Op sociale media valt regelmatig te horen dat Castricummers zich storen aan de manier waarop PWN de duinen beheert, bijvoorbeeld als er bomen worden gekapt om open plekken te creëren. Maar natuurbeheer is een subtiele kunst, dat wordt wel duidelijk voor wie een tijdje luistert naar Joop Castricum.

Hij vertelde waarom die open plekken nodig zijn, bijvoorbeeld voor de zandhagedis, die daar ligt te zonnen tot zijn lichaam warm genoeg is om eten te gaan vergaren. Hij liet een mierenleeuw zien, de larf van een libelle, die ook al gebaat is bij stukjes zanderige grond, om daar zijn slimme valkuil voor andere insecten te maken. En vooral ging het over de samenhang tussen diersoorten. Wanneer het gras te hoog is, zien konijnen vossen niet aankomen, of worden ze bij regen ziek van teveel nat gras. Te weinig konijnen betekent: te weinig konijnenkeutels. Die keutels dienen weer als voedsel voor allerlei insecten. Die weer worden opgegeten door een mooi, maar bedreigd vogeltje, de tapuit.

Al met al een zeer leerzame ochtend. En ook heel leuk: Castricum is een vlotte verteller, die veel weet van flora en fauna in de duinen. En die dus ook weet hoe het gele Nagelkruid, dat er gewoon langs het pad groeit, een uitstekende vervanger is voor de kruidnagel. Heerlijk, voor bij de rode kool.